Baldewijns: van complexe uitstoot naar duidelijke reductieprioriteiten
Baldewijns is sinds 1984 actief in grondwerken, afbraakwerken, waterbouw, infrastructuur, transport en recycling. Het familiebedrijf staat bekend om zijn doordenkers en doordrijvers: eerst begrijpen waar de uitdaging zit, daarna gericht actie ondernemen.
Die mentaliteit past ook bij de duurzaamheidsambities van Baldewijns. Bouwpuin krijgt een tweede leven als grondstof, zonnepanelen wekken eigen elektriciteit op en grondstromen worden waar mogelijk via het water vervoerd. Maar om de klimaatimpact werkelijk te kunnen sturen, ontbrak nog één cruciaal element: een volledig en onderbouwd beeld van de uitstoot over de hele organisatie.
De uitdaging: grip krijgen op een complexe CO₂-voetafdruk
Bij Baldewijns ontstaat de uitstoot niet op één plaats. Ze is verspreid over de sites in Beringen en Stokrooie, verschillende werven, vrachtwagens, graafmachines, kranen en varend materieel.
De eerste volledige CO₂-footprint maakte meteen duidelijk waar de grootste uitdaging lag. In 2025 bedroeg de totale uitstoot 3.776,8 ton CO₂. Maar liefst 98,8% daarvan kwam uit scope 1. Diesel en gasolie waren samen verantwoordelijk voor 3.701,3 ton CO₂.
Dat inzicht veranderde de vraag. Niet: welke duurzame maatregel kunnen we nog nemen? Maar wel: waar kunnen investeringen werkelijk het grootste verschil maken?
De aanpak: van verspreide data naar gerichte keuzes
Sustacon bracht samen met Baldewijns alle relevante energie- en brandstofstromen in kaart. Verbruiken van diesel, gasolie, benzine, elektriciteit en andere energiestromen werden verzameld, gecontroleerd en correct toegewezen aan de verschillende activiteiten.
Zo ontstond niet alleen één totaalcijfer, maar een gedetailleerd beeld van waar de uitstoot precies vandaan kwam.
Op basis daarvan werkten we samen een reductiepad uit richting 20% minder CO₂-uitstoot tegen 2030. De belangrijkste hefbomen zijn verdere optimalisatie van watergebonden logistiek, gerichte inzet van HVO, groene elektriciteit, bijkomende elektrificatie van de vloot en het vermijden van woon-werkverplaatsingen met vrachtwagens.
Ook bestaande investeringen in zonnepanelen, batterijopslag, laadinfrastructuur en warmtepompen kregen een duidelijke plaats binnen het geheel. Tegelijk wordt de registratie van brandstofverbruik en laadstromen verder verfijnd, zodat de voortgang structureel kan worden opgevolgd.
Het resultaat: weten waar de grootste impact zit
Baldewijns beschikt vandaag voor het eerst over een volledige en onderbouwde CO₂-footprint voor de hele organisatie.
3.776,8 ton CO₂ volledig in kaart gebracht
98,8% van de uitstoot gelokaliseerd in scope 1
Een concreet reductiepad naar 20% minder CO₂ tegen 2030
Die cijfers maken vooral duidelijk waar de prioriteiten liggen. Omdat slechts 1,2% van de uitstoot uit scope 2 kwam, zou alleen focussen op elektriciteit een beperkt effect hebben. De grootste reductiekansen liggen bij brandstoffen, zwaar materieel, transport en logistiek.
Baldewijns beschikt daardoor niet alleen over een footprint, maar over een praktisch CO₂-managementsysteem met duidelijke verantwoordelijkheden, maatregelen en structurele opvolging.
Waarom deze aanpak werkt
Bij een organisatie als Baldewijns volstaat een standaard klimaatplan niet. Een graafmachine, vrachtwagen of duwbak kan niet zomaar van vandaag op morgen door een elektrisch alternatief worden vervangen.
Daar lag de meerwaarde van Sustacon: we combineerden de methodiek van de CO₂-Prestatieladder met de technische realiteit van bouw, infrastructuur, transport en watergebonden logistiek.
Door eerst scherp te stellen waar de uitstoot werkelijk ontstaat, konden maatregelen worden gericht op de bronnen met de grootste impact. Zo vermijdt Baldewijns investeringen die duurzaam lijken, maar relatief weinig bijdragen aan de totale reductie.
De bestaande initiatieven werden bovendien samengebracht met data, doelstellingen, verantwoordelijkheden en bewijsvoering in één structureel systeem dat ook richting de onafhankelijke audit kan worden onderbouwd.
Eerst inzicht, dan gericht reduceren
Veel bouw- en infrastructuurbedrijven investeren al in zonnepanelen, alternatieve brandstoffen, elektrisch materieel of efficiëntere logistiek. Maar zonder een volledig beeld van de uitstoot blijft het moeilijk om te bepalen welke investering als volgende het meeste effect heeft.
De case van Baldewijns toont waarom inzicht de basis vormt van een geloofwaardig reductieplan. Eerst begrijpen waar de uitstoot ontstaat, daarna gericht kiezen welke maatregelen technisch én praktisch haalbaar zijn.
Precies zoals het bij Baldewijns past: eerst doordenken, daarna doordrijven.
Benieuwd waar binnen jullie organisatie de grootste CO₂-reductiekansen liggen?